Eigenschappen

Robert Musil was geen prettig mens om mee om te gaan. Adolf Frisé heeft in zijn Plädoyer für Robert Musil” (1982) een lijst met oordelen van mensen die hem gekend hebben over de persoon Musil samengesteld.

Koel, trots, gesloten, koud, vernietigend in zijn oordeel, scherp, militaire toon, ijdel, elegant, beleefd, verzorgd, afstandelijk, ambtelijk, onkreukbaar, een grote maar niet sympathieke persoonlijkheid, trots op zijn oorlogsverleden, ontoegankelijk, voelde zich niet erkend, hield de mensen ver van zich en vereenzaamde daardoor, maakte eerder geringschattende dan positieve opmerkingen.

Deze eigenschappen worden in de biografieën vaak in een adem genoemd met twee andere aspecten die een rol spelen in zijn leven. De armoede waarin hij het grootste deel van zijn leven heeft verkeerd, en zijn houding ten opzichte van andere auteurs. Beide komen voort uit een gebrek aan erkenning.

Gepaard met de armoede gaat de onzekerheid over hoe hij het hoofd boven water moet houden. In zijn dagboeken verschijnen regelmatig aantekeningen dat hij en Martha nog slechts voor enkele dagen genoeg geld hebben om van te leven. In een dagboekfragment uit 1930 noteert hij naar aanleiding van deze precaire financiele situatie:

Ich bin (geistig und moralisch) erschöpft.

Nu was deze armoede niet nieuw voor Musil en zijn vrouw. Al sinds hij besloot om zich geheel toe te leggen op het schrijverschap, ten koste van een carriere aan de universiteit, verkeerde hij in armoede. In Berlijn en Wenen werden er Musil genootschappen opgericht om zijn werk onder de aandacht te brengen en hem van de noodzakelijke financiele middelen te voorzien die het hem mogelijk zouden maken zijn grote werk Der Mann ohne Eigenschaften te voltooien. In zijn laatste levensjaren te Geneve was het pater Robert Lejeune die hem door middel van wat Musil zelf als bedelbrieven omschreef, teneinde giften van goedgezinde intellectuelen los te krijgen, financieel wist te steunen.

In 1930 dus is Musil de wanhoop nabij: hij wordt 50 jaar oud, en het is het jaar waarin de eerste delen van Der Mann ohne Eigenschaften verschijnen. Wat hem nu in deze het meest dwars zit is de discrepantie tussen zijn immense inspanningen en het gebrek aan belangstelling van het publiek. Hij begint zich af te vragen of er wel plaats is voor hem in de Duitse literatuur.

Het werk aan Der Mann ohne Eigenschaften neemt nu al tien jaar in beslag, terwijl andere auteurs in deze periode meerdere boeken doen verschijnen, en er geen probleem mee hebben ‘marktgericht’ te schrijven. Zelf zegt hij in een interview met Oskar Maurus Fontana een “ Beitrage zur geistigen Bewältigung der Welt” te willen leveren.

Het grootste verwijt dat andere auteurs treft is oppervlakkigheid. Ze zijn niet in staat, of bereid, reflexief te denken, dat ze intellectueel niet opgewassen zijn tegen hun tijd of omstandigheden, en dat juist dit hun succes verzekert. Dit succes op zijn beurt is weer verantwoordelijk voor het gebrek aan diepgang dat hij zijn tijdgenoten verwijt.

Bijzonder mooie mannenkoppen zijn gewoonlijk leeg: bijzonder diepzinnige filosofen zijn vaak oppervlakkige denkers: in de literatuur worden gewoonlijk talenten die maar net boven de middelmaat uitkomen door hun tijdgenoten als groot beschouwd. [Man Zonder Eigenschappen III: Hst 14, p. 1064]

Thomas Mann moet het wel het meest ontgelden. Voor Musil dankt Mann zijn succes aan het feit dat hij de vooroordelen van de liberale intelligentsia, zij het ietwat verfijnd, tot uitdrukking brengt. Het is de intellectuele doorsnee die zich in Thomas Mann kan vinden. Wanneer hij verneemt dat vele auteurs, maar met name Thomas Mann, zich lovend over hem geuit hebben, en zelfs een Musil-Verein opgericht, geeft hij toe geroerd te zijn dat de man wie hij zoveel onrecht heeft aangedaan, hem steunt. Maar het wantrouwen tegen degenen die succes hebben blijft.

Dit wantrouwen zou af te doen zijn als kift, ware het niet dat het veelzeggend is voor Musil’s literatuuropvattingen.Voor Musil is de schrijver/dichter een representant van zijn land; in de literaire werken staat waarover in een land nagedacht wordt. De Duitstalige literatuur is in zijn tijd niet uitgerust voor deze taak. Ze blijft oppervlakking, houdt zich bezig met de politieke, esthetische of ethische waan van de dag, gaat slechts over zichzelf, of voorziet in een irrelevante behoefte.

De teleurstelling over zijn armoede en gebrek aan erkenning, maakte van Musil aan het einde van zijn leven eeneenzaam en verbitterd mens.

Daß du nicht berühmt bist, ist natürlich; daß du aber nicht genug Leser zum Leben hast, ist schändlich.

Geef een reactie