Ulrich

Vanaf 1921 tot aan zijn dood werkt Musil bijna dagelijks aan De Man Zonder Eigenschappen, waarvan het eerste en tweede deel in 1930 en het derde deel in 1933 verschijnt. Het vierde deel zal onafgemaakt blijven en pas jaren na zijn dood uitgegeven worden.

Het boek bestaat, grofweg, uit twee delen, of liever, twee verhaaldelen. Het eerste behandeld Kakanië; het speelt zich af in Oostenrijk, in het jaar 1913. Het gerucht gaat dat men in Duitsland in 1918 een feest wil geven ter gelegenheid van het veertigjarig jubileum van de keizer. De Oostenrijkse keizer regeert dan zeventig jaar. Dit dient natuurlijk uitbundiger, overweldigender gevierd te worden dan in Duitsland. Vooraanstaande kringen in Oostenrijk realiseren zich dit en organiseren een parallelactie, wat zoveel wil zeggen dat er gelijk aan de viering in Duitsland een feest in Oostenrijk plaats zal vinden dat vele male imposanter is en de gehele mensheid tot de verbeelding moet spreken. Ironisch hierbij is dat het jaar waarin de actie plaats zou moeten vinden, het jaar is waarin de Koninklijk-Keizerlijke staat Oostenrijk ophield te bestaan en een republiek werd. De hele viering van het jubileum blijft dus in de voorbereidende fase steken.

Het tweede, onafgemaakte deel van het boek behandelt de relatie tussen Ulrich en Agathe, broer en zus, die elkaar na de begrafenis van de vader, na een lange onderbreking weer terug zien. Samen gaan ze op reis naar het imaginaire “Duizendjarige Rijk”, op zoek naar een zinvol bestaan, een “andere toestand” waarin verstand en gevoel verenigd kunnen zijn.

Ulrich is de man zonder eigenschappen. Alle andere personages zijn ideeëndragers. Ideeën, of ideologiën, zijn bindingen die het leven van de mensen bijeenhouden en vergemakkelijken, omdat zij het aantal mogelijke reacties beperken:

Wenn das Leben sozial gebunden und individuell nur beschränkt beweglich ist, ist es erleichtert. Einem gläubigen Katholiken oder   Juden, einem Offizier, einem Burschenschafter, einem ehrbaren Kaufmann, einem Mann von Rang ist in jeder Lebenslage eine viel  geringere Zahl von Reaktionen möglich als einem freien geist: Das erspart und sammelt Kraft.

De roman beschrijft de interacties van verschillende ideologieën en de moeilijke weg die de vrije geest daarin te gaan heeft. De aanwezigheid van ideologieën of bindingen biedt echter niet voldoende aanleiding om de kennis van de mens tot een volledig ander gebied dat met andere methoden bestudeerd moet worden, te rekenen dan de kennis van de natuur. Ook in de natuurwetenschappen is het begin een handeling vanuit het geloof, de fantasie, de aanname.

De eerste alinea van het boek is een parodie. Een parodie zowel op de nauwgezette precisie van de techniek en wetenschap, als op de conventionele realistische vertelwijze van de literatuur. Het begint met klimatologische en natuurkundige informatie over een zomerdag, welke eindigt met:

Mit einem Wort, das das Tatsächliche recht gut bezeichnet, wenn es auch etwas altmodisch ist: Es war ein schöner Augusttag des

Jahres 1913.

Het verkeersongeluk dat op deze dag plaatsvindt en dat een dame tijdens haar wandeling onaangename sensaties en een vleugje medelijden bezorgt, verliest zijn onrustbarende betekenis voor haar nadat haar begeleider de oorzaak heeft weten te lokaliseren in de remweg.

Sie hatte dieses Wort wohl schon manchmal gehört, aber sie wußte nicht, was ein Bremsweg sei, und wollte es auch nicht wissen; es genügte ihr, daß damit dieser gräßliche Vorfall in irgend eine Ordnung zu bringen war und zu einem technischen Problem wurde, das sie nicht mehr unmittelbar anging.

Deze passages zijn kenmerkend voor de spanning die vaak in Musils werk terug te vinden is: de meetbare werkelijkheid en haar tegenspelers: culturele conventies, gevoelens, idealen. Er is evenwel nog een vierde partij: de mogelijkheidszin. De vader van Ulrich is een man van vaste principes: de werkelijkheidszin. Het zijn de andere redeneringen die het conflict tussen mogelijkheidszin en werkelijkheidszin, gevoel en verstand, genereren die centraal staan in de Man Zonder Eigenschappen.

Aan de reeds aan Musil toeschreven eigenschappen kunnen nog de volgende toegevoegd worden: Musil blijkt een afkeer te hebben van voorschriften: niet alleen van voorgeschreven stromingen in de literatuur en de kunsten of van modes, maar ook van mechanische wereld- beelden, van uitgestippelde levenswegen. Zijn manier van schrijven is een voortdurende kentering, en telkens hernieuwd opperen van mogelijkheden, van mogelijke verbanden, van mogelijke achtergronden.

Musils zoeken komt ook voort uit onvrede. Aan het eind van zijn leven overziet hij het verloop ervan en concentreert zich op al die momenten dat zijn leven een belangrijke wending nam. Centraal hierin staat zijn keuze van de academisch gevormde schrijver vóór de literatuur en tegen een leven gewijd aan de wetenschap, waarvoor hij door zijn familie voorbeschikt was. Hij leefde voor de momenten die het leven naar een ander, liefst hoger niveau brachten (lees bijvoorbeeld De Merel): zijn intellectuele ontwikkeling is ook terug te lezen in zijn werken. Zijn vijfentwintigste dagboek schrift heet: Pogingen tot het vinden van een ander mens. Literatuur, zegt hij elders in zijn dagboeken, is een

  stoutmoediger, logischer gecombineerd leven, het scheppen of uitkristalliseren van mogelijkheden.

Deze gedachte is als een van de motieven van De Man Zonder Eigenschappen terug te lezen. Maar ook in ander, korter werk, speelt deze houding een centrale rol. In een van de Onheuse Beschouwingen uit Het posthume werk van een levende speelt de confrontatie tussen ideaal en realiteit een belangrijke rol: in bijvoorbeeld Zwarte Kunst gaat het om de voorwaarden voor de artistieke schepping en kitsch.

Geef een reactie