Werken

Iets over Nietzsche.
Men noemt hem onfilosofisch. Zijn werken lezen als geestrijke spelen. Mij komt hij voor als iemand die honderden nieuwe mogelijkheden ontsloten heeft en er geen enkele heeft verwezenlijkt. Daarom zijn die mensen op hem gesteld voor wie nieuwe mogelijkheden een behoefte zijn, en noemen diegenen die het niet zonder wiskundig berekende resultaten kunnen stellen hem onfilosofisch. Nietzsche op zichzelf is van niet al te grote waarde. Maar Nietzsche en tien flinke geestelijke arbeiders die datgene doen wat hij alleen maar aanduidde zouden onze cultuur een stap van duizend jaar vooruit brengen. -
Nietzsche is als een park, opengesteld voor het publiek – maar niemand gaat erin!

Uit: Cahier 3 (1899 – 1905/06)


De kwestie van het verisme.
Literaire kunst begint eerst daar, waar men zich van het naturalisme verwijdert, zeggen ze. Goed. Maar om een probleem juist te kunnen stellen, mag men niets reëels-belangrijks over het hoofd zien. Anders wordt het gewoon een onjuiste probleemstelling.
Hier moet men zich dus aan de natuur, exact aan de ervaring houden, want dit hier lijkt op wetenschappelijk denken. Wat betreft datgene wat dan blijft, mogen ze gelijk hebben. Afwijken van de natuur mag geen poëtische licentie zijn (zoals bv. het à part spreken bij het toneel) maar moet uit de oertegenstelling volgen die de kunst van het leven scheidt.

Uit: Cahier 5 (1910 – 1911)


Ik weet niet eens of het mijn goede of mijn boze geest is die zo in mij spreekt. Maar eruit moet het een keer.

Sinds ik tot het leven ben ontwaakt, denk ik er anders over. Dat wil zeggen: op plaatsen heldere kritiek, op plaatsen heldere doordachte voorstellen. Iets daarvan heb ik opgeschreven en gepubliceerd. Veel meer is echter ongearticuleerd tegenstreven gebleven. Half omhooggebracht, weer naar beneden gezonken. Verreikende, op vermoedens gebaseerde samenhangen, die het verstand niet gevolgd is.
Het verstand, dat de wetenschappelijke training heeft genoten, wil niet volgen als het zich geen bruggen heeft gebouwd waarvan het draagvermogen exact is berekend. Hier en daar rekende ik een afzonderlijk segment van zo’n brug uit; gaf het karwei weer op, in de overtuiging dat het toch niet af te maken valt. Ik zou er toch voor kunnen gaan zitten en materiaal bijeengaren, zoals er al eerder van zulke groots opgezette en vlijtige pogingen zijn gedaan – …
Maar wat blijft daarvan over? Als de adem is verwaaid waarmee is geprobeerd de berg leven in te blazen, een onorganische hoop dood materiaal.
De vijf jaar durende slavernij van de oorlog heeft intussen het beste part uit mijn leven weggerukt; de aanloop is te lang geworden, de gelegenheid om alle krachten in te spannen te kort. Ervan afzien of springen, wat erook van komt, is de enige keuze die overgebleven is.
Ik zie af van systematisch en exact bewijs. Ik wil alleen maar zeggen wat ik denk en duidelijk maken waarom ik het denk. Ik troost me met de gedachte dat zelfs belangwekkende wetenschappelijke werken uit een dergelijke nood zijn geboren, dat Lockes … eigenlijk reisbrieven zijn.

Uit: Cahier 19 ( 1919 – 1921)


4 april, donderdag … Ik heb 700 pagina’s in Berlijn liggen en heb vandaag een begin gemaakt met de daaropvolgende.
Zonder aan slapeloosheid te lijden slaap ik weer heel weinig en voel me allesbehalve goed.
Je mag geen tijd hebben om aan God te denken (geen gedachten vrij hebben), dan leef je het welgevalligst aan Hem!?
Ik heb van de wetenschap de gewoonte met regelmaat te werken, van de literatuur die om te wachten op het overstroomd-worden; dat is een van de oorzaken van mijn problemen. Nu ben ik tegenwoordig de mening toegedaan dat men zich de gedachte aan inspiratie uit het hoofd moet praten, omdat het denken eraan alleen maar een middel is om haar te hinderen; maar wat betekenen die bijzonder gelukkige momenten desondanks?

Uit: Cahier 30 (ca. 1929 – 1941)


Bij: abstractie
Een hond reageert op elke vrouwtjeshond in meer of mindere mate seksueel, of althans erotisch, maar doet dat niet bij een ezelin of bij een kat. Mensenvrouwen onderscheidt hij zeer van mannen.
Bovendien reageert hij op elke hond honds. Met een ceremonieel dat hij nergens anders bij ontplooit.
Ook kan gezegd worden: Wat vliegen kan en zwak is jaagt hij op; waar jacht op te maken is, maakt hij jacht op; wat gevaarlijk is, gaat hij uit de weg, slaat ervoor op de vlucht, jaouwt het uit vanuit de verte.
Dit gedrag gaat niet van abstracties uit, maar is daar wel het biologische voorstadium van; dus abstraheert niet pas het verstand, maar het door instincten gestuurde gedrag richt zich ‘als naar categoriale of algemene begrippen’. Het begrip kat corresondeerd voor de hond met een gedrag dat voor iedere kat geldt, enz.

Uit: Cahier 30 (1929 – 1941)

Geef een reactie