James Joyce

(Dublin 2 febr. 1882 – Zürich 13 jan. 1941), Iers dichter en romanschrijver, een van de invloedrijkste auteurs van de 20ste eeuw, kreeg onderwijs aan jezuïetencolleges, studeerde aan University College te Dublin (1898-1902) en vertrok in 1902 naar Parijs, maar keerde het jaar daarop naar Dublin terug om bij het sterfbed van zijn moeder aanwezig te zijn. In 1904 ging hij met zijn vrouw, Nora Barnacle, naar Triëst, waar hij in zijn onderhoud voorzag door Engelse lessen te geven. In 1915 vestigde hij zich in Zürich. Van 1919 tot 1940 woonde hij in Parijs, waar hij zijn roman Ulysses voltooide en ook zijn laatste grote werk, Finnegans wake, schreef. Toen de Duitsers Frankrijk binnenvielen, week hij uit naar Zwitserland, waar hij na een (van de vele) oogoperatie(s) overleed.

Voor hij Ierland voorgoed verliet, schreef Joyce enkele gedichten en essays, o.a. over Ibsen, in Fortnightly Review (1900), over James Clarence Mangan in St. Stephen’s (1902) en een pamflet, The day of the rabblement (1901), waarin hij een scherpe aanval deed op Yeats en het Irish Literary Theatre. Vijftien korte verhalen, in 1914 gebundeld in Dubliners, geven een indringende karakterisering van zijn stadsgenoten, geschreven in een uitermate knappe, geserreerde stijl. De verwachtingen door deze verhalen gewekt, gingen in vervulling in het autobiografische A portrait of the artist as a young man (1916; in 1914/1915 door Ezra Pound als vervolgverhaal gepubliceerd in The Egoist; het fragment Stephen Hero, uitgegeven in 1944 door Th. Spencers, is een vroegere versie hiervan). In de persoon van Stephen Dedalus bevrijdde hij zich hierin van zijn jeugdtrauma’s en deed dit met zelfmedelijden zowel als met zelfspot. Een poging tot zelfbevrijding is ook het drama in drie bedrijven Exiles (1914), dat een driehoeksverhouding behandelt.

In 1914 begon Joyce aan Ulysses. Hij werkte er zeven jaar aan; het boek – geschreven in de stream of consciousness-techniek – verscheen in 1922 in Parijs en zou pas twaalf jaar later in Engeland en de Verenigde Staten verkocht mogen worden. (In 1984 verscheen een kritische editie, ontdaan van de talrijke ‘Franse’ zetfouten, waarbij is teruggegrepen op Joyce’s manuscript en drukproeven.) In 1922 begon hij aan het meest gecompliceerde boek van de Engelse literatuur, Work in progress, dat uit 17 hoofdstukken bestaat en waaraan hij 17 jaar werkte. Na de voltooiing in 1939 werd het gepubliceerd onder de titel Finnegans wake. Het boek, dat door zijn hoogst originele stijl en woordspel nog moeilijker is dan Ulysses, vertelt de dromen van een Dublinse kroegbaas, waarin allerlei mythen uit de historie opduiken en eigentijdse vormen aannemen. Invloeden van Carl Gustav Jung en Hans Günther Adler zowel als van L.W. Dunnes tijdsexperimenten zijn duidelijk aanwijsbaar. Door het gehele boek loopt het Oedipusmotief, klinken echo’s van het misoffer en richt zich bij herhaling de toren van Babel op, gestimuleerd door de erotiek van de dromer.

De literaire techniek is door Joyce op onnavolgbare wijze verrijkt en een groot deel van de romanproductie met name uit de jaren twintig en dertig, is zonder Ulysses nauwelijks denkbaar; men denke slechts aan werk van Virginia Woolf, Faulkner en Dos Passos. In die jaren was Joyce een onontkoombaar element in het literaire klimaat, zelfs als zijn werk werd verworpen, maar ook later tonen auteurs als Malcolm Lowry en Laurence Durrell zich geestelijke erfgenamen van de man die zich ondanks blindheid, armoede en verguizing met moed en integriteit heeft gehouden aan zijn artistieke doelstellingen. In Dublin is een Joyce-museum. Een nieuwe vertaling van Ulysses, van Paul Claes en Mon Nys, verscheen in 1994. Elk jaar op 16 juni, Bloomsday, de dag waarop Ulysses zich afspeelt, lezen over de hele wereld Joyce-adepten elkaar stukken voor uit Ulysses.

Encarta(R) 98 Encyclopedie Winkler Prins Editie. Alle rechten voorbehouden.

Geef een reactie